Om 6:45 uur ging de wekker af. Ik was al wakker: de luxaflex in onze kamer werkt niet zo goed en het licht stroomde al lang binnen. Wij gingen allemaal parallel taken verrichten, de ene in de badkamer, de ander thee en koffie aan het maken enzovoort. We mochten niet te laat aankomen.
We kwamen op tijd aan, maar moesten Mitch Geraedts van zijn kaartje voorzien. Ik had gisteren de kaartjes voor hem en Menno van Blitterswijk aan Joost Dikken gegeven omdat hij eerder op de baan zou zijn om wat dingen te overhandigen aan zijn zoon Pieter. Menno zat in het ploegenhuis en zou dus gelijk met Pieter aankomen. Maar Mitch zat in het bestuurshuis. Hij kon niet het botenterrein op zijn kaartje te krijgen. Inmiddels had Joost de kaartjes niet meer: hij had ze aan Menno gegeven en Menno was met de ploeg bezig. Joost gaf mij zijn kaart en ging Menno zoeken. Mitch kon zo binnen om de ploeg uit te zwaaien.
Nadat de ploeg weg was, gingen wij voor de wedstrijd even koffie drinken. Thuis hebben we alleen oploskoffie (er is geen koffiezetapparaat) en theezakjes die in staat zijn het water zwart te maken zodra ze binnen een halve meter van het kopje zijn. Dat is de reden dat men in Engeland thee met melk drinkt.
Ik ging daarna naar de kleine hoge tribune bij de finish, terwijl de anderen op de gewone tribune gingen zitten. Daar kon ik wat filmpjes maken. Stipt om 9:00 uur hoorden we dat de ploeg onderweg was. De commentator zit aan het einde van de kleine tribune en voor de wedstrijd had ik gedacht naar hem toe te lopen om uit te leggen hoe je Koninklijke Amsterdamsche Roei- en Zeilvereeniging ‘De Hoop’ uit moet uitspreken. De Nederlandse verenigingsnamen zijn voor de commentatoren de grootste proef, gevolgd door namen van de Duitsers. Wat denk je van de combinatieploeg Algemene Amsterdamsche Studenten Roeivereniging Skøll en Tilburgse Studenten Roeivereniging Vidar? Voordat je dat uitgesproken hebt zijn ze al over de finish en meestal heb je geen idee over wie de commentator het heeft. Maar hij sprak de naam van onze vereniging heel behoorlijk uit.

Terwijl je voorgaande alinea aan het lezen was, is de Hoopploeg inmiddels bij Fawley, ongeveer halverwege. Ze hebben een voorsprong van drie lengtes opgebouwd. Met dit soort wedstrijden zie je dan heel vaak dat de ploeg die voorligt heel lekker in een laag tempo gaat roeien terwijl de ploeg die achter ligt 5 à 10 tempi hoger doorploetert. De wedstrijd is in feite al voorbij. Zo was het in dit geval. De Hoop zat in de finale.

In de andere halve finale een half uurtje later vond London Rowing Club zich in ongeveer dezelfde positie als De Hoop, maar ineens vond de tegenstander Royal Chester Rowing Club vleugels en maakte het voor London toch nog heel spannend. Net niet spannend genoeg, Londen won met een halve lengte. Morgen is London de tegenstander. De finale is weer de eerste wedstrijd van de dag, om 10:30.
Zo… het is nog niet eens 9:30 op een zaterdagochtend en je hebt nog een hele dag te vullen. Wij besloten om naar de start te wandelen. Die kant op is de sfeer heel anders. Er zijn doorgaans geen kledingrestricties en er zijn verschillende eetgelegenheden, kraampjes met roeispullen en andere kleding en mensen die zitten te picknicken. Je ziet de wedstrijden in een vroeger stadium, waar het vaker nog een beetje spannend is, en je kunt dan gokken wie gaat winnen.

Uiteindelijk waren we bij de start, op tijd voor de laatste race voor de lunchpauze. De ploegen waren ook op tijd. Maar de kamprechtersboot was er nog niet. Het was toch even wachten.

Ik ging daarna naar een barbecue van mijn oude studentenroeivereniging. Zoals studenten dat kunnen doen, was er geen spoor van een barbecue, maar er waren wel broodjes en voldoende ingrediënten voor 80 liter Pimm’s. Ongeveer genoeg voor een man of 40-50 zou je zeggen, en in een noodgeval was er ook andere drank.
Na een genoeglijke paar uurtjes heb ik de anderen in de tribune opgezocht. Ik vond een zitplek, niet in de buurt van de anderen, maar de eerste de beste plek moet je gewoon nemen. Bij een van de wedstrijden gingen veel mensen in de gang staan waardoor de zittenden niets konden zien. Dat leidde tot interessantere taferelen dan de wedstrijd zelf waarbij de zitters de staanders maanden om toch te zitten. Wat overigens matig succes boekte.
Na een drukke dag vonden we nog vóór 18.00 uur een goede plek om te eten en waren we op tijd thuis.
Tot morgen!