Ons bericht van gisteren werd vertraagd doordat wij gisteravond aan het vieren waren. De hele dag eigenlijk.

De eerste wedstrijd van de dag was de finale van de Britannia Challenge Cup tegen London Rowing Club, dus we moesten vroeg opstaan. Ik trok mijn gestreepte sokken in hoopkleuren aan en een passende riem. Ik ging iets eerder dan de anderen in ons huis naar de baan omdat ik nog wat kaartjes moest kopen voor het bestuur en familie. Er was een behoorlijke groep aanwezig om de ploeg uit te zwaaien. Één persoon ontbrak: Joost Dikken, vader van Pieter, zat in zijn wherry aan de booms, zeker van goed zicht op de wedstrijd.
Ik was hoogst verbaasd toen mij gevraagd werd of ik in de launch (kamprechtersboot) mee wilde. Wie zou geen finale vanuit de launch willen zien? Het was launch vlot nummer één en dat betekent dat je ook nog over het (net niet) heilige gras van de Stewards moet lopen. Bij de andere vertrekvlotten is dat niet het geval. Naast mij zat een meisje dat bij een vereniging van een oud roeimaatje van mij had geroeid. En ik had met dat roeimaatje afgesproken om in de middag een biertje te drinken.
Ik ben ooit lid geweest van London Rowing Club die overigens vroeger goede banden had met De Hoop. Voor deze wedstrijd was ik echter 100% De Hoop. En ik besefte ook dat de wedstrijd veel belangrijker was voor De Hoop en het Nederlandse roeien dan voor London, die waarschijnlijk honderden keren op Henley gewonnen heeft.

De Hoop begon snel en heeft het record tot de Barrier geëvenaard. Ze lagen al voor. Op verschillende plaatsen langs de baan zijn er markers (distance boards), waar een man staat met twee touwtjes waarmee hij een bordje met het cijfer 1 of 2 kan hijsen. De relatieve positie van de bordjes geeft de afstand tussen de ploegen aan. Dat roept hij ook naar de mensen die achter in de kamprechtersboot zitten. Heerlijk handmatig. De eerste distance board is de Barrier.

Het zag er goed uit. London roeide wat minder en raakte verder achter. En deze keer heeft men niet rustig aangedaan omdat er nog een wedstrijd was. Dit was de finale. Geen misslagen in de buurt van de finish, maar direct daarna werd het vieren even heel spannend toen Wessel zijn riem even verloor.

Een mooie ontvangst bij de botententen en veel foto’s.
De ploeg ging weg om te douchen. Wij namen koffie en éclairs (de éclairs zijn heel goed en lekker). Onze dames gingen toen met Nicole Hoksbergen de stad in om jurken te bekijken en Alex en ik besloten om wat uit te rusten met een glaasje Pimm’s. Nou, vooruit twee dan. Tezamen met het duurste (en ongeveer kleinste) saucijzenbroodje dat ik ooit heb gegeten.
Later kwam iedereen bij elkaar in één van de andere bars en werd er Engelse champagne (ik weet dat het dan geen champagne is) gedronken.

Merkwaardig genoeg was het al vrij ver in de middag. Ik heb mijn oude roeimaatje nog gesproken en toen liepen we richting de prijsuitreiking. Het was daar al behoorlijk druk. Veel strandstoelen waren al bezet en ik verloor de anderen uit het oog.

Er stonden 30 bekers op een rij. Voor de meeste wedstrijden ontvang je een gouden medaille maar voor een paar, waaronder de twee zonder en de skiff, krijg je een beker.
Er stonden vier Doggett’s Men, winnaars van Doggett’s Coat and Badge, de oudste nog bestaande roeiwedstrijd die uit 1715 dateert, bij de tribune. De prijs is een rode jas met een grote medaillon op de mouw.

Julia, Dolf, Wessel, Pieter en Niels haalden de beker (in drie delen, de beker zelf en twee voeten waarop alle namen van de winnaars gegraveerd zijn) en hun medailles op. Wat een mooi gezicht! En wat mooie gezichten!

Ze mogen de beker even houden om foto’s te maken, maar er loopt een mannetje mee om ervoor te zorgen dat alles weer terugkomt.

‘s avonds gingen we met de ploeg in het huis van Jo and Charles eten. Heel gezellig, de druk was er af. Er zijn wat toespraken over een weer geweest. Het is daar zo een leuke plek dat ik overweeg om mij voor de ploeg van volgend jaar op te geven, maar ik vrees dat ik heel wat aan mijn ergometertijden zou moeten doen.
Hopelijk hebben we volgend jaar ook een damesploeg voor Henley.
Voor nu alle eer aan deze ploeg die heeft bewezen dat er een wedstrijdroeileven is na je studententijd en dat je op De Hoop moet zijn als je op Henley wil winnen.